Gerjanne Kleen

Gerjanne Kleen: “We geven graag de systeemwereld de schuld, maar vaak houden we onszelf gevangen”

Ruimte voor rebellen

in de zorg

Gerjanne Kleen:

Door het uitblijven van systemische verandering in de zorg kiezen sommige zorgprofessionals voor verzet van binnenuit. Heel zichtbaar zijn bijvoorbeeld Teun Toebes en Michelle van Tongerloo. Zij rebelleren tegen regeldruk door de protocollen opzij te schuiven en geitenpaadjes te kiezen. Wat is daarbij de rol van de zorgbestuurder? In een serie van vier artikelen diepen we samen met een aantal experts uit ons netwerk dit thema uit. Tweede in de reeks is Gerjanne Kleen, bestuurder van de JP van den Bent Stichting.

Deel 1 Marcel Melenhorst, bestuurder AAG

Deel 2 Gerjanne Kleen, bestuurder JP van den Bent Stichting

Deel 3 Henk van der Stelt, toezichthouder in (onder andere) de zorg

Deel 4 Henk den Uijl, bijzonder hoogleraar Filosofie van bestuur en beleid

Door Gerjanne Kleen

Gerjanne Kleen begon 33 jaar geleden bij de ‘JP’, zoals medewerkers en cliënten de JP van den Bent Stichting kortweg noemen. Als begeleider in een kortverblijfhuis kwam haar agogische achtergrond goed van pas; in crisissituaties lukte het haar steeds om écht naar de persoon tegenover haar te kijken, en te bepalen: wat heeft diegene nou nodig? “Als je heel dicht bij die vraag blijft, weet je ook wat je organisatie nodig heeft”, vertelt ze. “Daarom is die vraag nu ik bestuurder ben nog steeds mijn uitgangspunt: wat hebben mensen nodig? Of dat nu medewerkers zijn, cliënten of de samenleving als geheel.”

Niet standaard

Gerjanne werkte al jaren bij de JP voor ze doorkreeg dat die manier van kijken niet de standaard was. Gerjanne: “Organisaties hebben heel erg de neiging om alles in structuren en systemen te stoppen. Maar in de omgang met mensen in crisissituaties is dat bijna onmogelijk – en vaak ook onwenselijk. Zonder dat we ons ervan bewust waren, namen we dus de hele dag geitenpaadjes om onze cliënten zo goed mogelijk te ondersteunen. Wij zagen dat niet als geitenpaadjes; we deden gewoon wat nodig was. Die houding zit verankerd in de geschiedenis van de JP.”

Systeemdenken in de sector

Deze houding nam Gerjanne mee in haar volgende rol als regiomanager voor de JP in Friesland. In die functie liep ze regelmatig aan tegen het systeemdenken in de sector. “Een mooi voorbeeld uit de praktijk: na de decentralisatie in 2015 wilden gemeenten ons kwaliteitshandboek ontvangen”, vertelt ze. “We hadden in de jaren daarvoor een grote slag gemaakt in onze kwaliteit. Alle richtlijnen en dergelijke hadden we digitaal gemaakt, omdat we juist géén papieren handboek meer wilden hebben. Ik heb toen gewoon al die richtlijnen en protocollen van onze digitale omgeving gehaald, uitgeprint en opgestuurd. Toen hadden we het vinkje en mochten we door met de aanbesteding.”

Rugdekking van de bestuurder

Na dit voorval belde Gerjanne toch maar even met de toenmalige bestuurder van de JP, om uit te leggen welk geitenpaadje ze met het kwaliteitshandboek had genomen. Kleen: “Hij moest alleen maar heel hard lachen. Die reactie was enorm belangrijk voor me. Als je als medewerker op zo’n moment het idee krijgt: mijn bestuurder wordt nerveus of ik word op de vingers getikt, dan doe je het niet nog eens. Maar mijn bestuurder realiseerde zich heel goed dat de échte kwaliteit van de zorg zit in de relatie tussen de professional en de cliënt. Zo’n bestuurder wil ik ook zijn. Tegenwoordig wordt dat bestuurlijke moed genoemd, maar voor mij is dat heel vanzelfsprekend.”

Achter je beslissing staan

Die rugdekking betekent volgens Gerjanne ook accepteren dat een gekozen geitenpaadje soms niet goed uitpakt: “Ook dan moet je achter je beslissing blijven staan: ‘het is niet gelukt, maar we hebben het toch maar mooi geprobeerd’. Daarom denk ik niet graag in termen van goed of fout. Je kunt vinden dat iets verschrikkelijk is mislukt, of dat je er enorm van hebt geleerd. Ik kies liever voor het laatste.”

Gerjanne Kleen

De bedoeling voorop

Bestuurlijke ruimte ervaren is in Gerjanne ‘s visie nadrukkelijk iets anders dan de regels aan je laars lappen. Als voorbeeld noemt ze de Wet zorg en dwang. De bedoeling daarvan staat voor haar niet ter discussie. Het uitgangspunt is dat zorg zonder dwang of drang moet plaatsvinden. En toch zijn er situaties waar dwang of drang moet worden toegepast. Bij de JP is daarom besloten het bijbehorende stappenplan onderdeel te laten zijn van het ondersteuningsplan en het gesprek over onvrijwillige zorg onverdeeld te blijven voeren. Gerjanne: “Mensen uit de praktijk hebben daar goed naar gekeken en zijn tot de conclusie gekomen: zo gaan we het doen.” Vooraf toestemming vragen aan de inspectie doet ze niet. “Die ga ik niet bellen met de vraag: mogen wij dit zo doen? De IGJ hanteert het principe ‘pas toe of leg uit’. In veel situaties hanteren wij dus het principe van uitleggen. Dat vinden mensen vaak ingewikkelder dan strikt de regels volgen, maar die ruimte is er; die gebruiken we dus.”

Gezond verstand gebruiken

Voor Gerjanne gaat het er vooral om dat regels niet belangrijker worden dan de bedoeling erachter. “Ik geloof echt dat wetten, regels en protocollen bedacht zijn om mensen te helpen en beschermen. Het gaat fout als we die systemen leidend maken, in plaats van ons gezonde verstand te gebruiken. Als we in de zorg een probleem signaleren, zijn we snel geneigd om naar de systeemwereld te wijzen: de NZa, de zorgkantoren, noem maar op. Ik snap die reflex. Daar kun je tegenaan schoppen en dan hoef je intern nog steeds niks. Maar ik denk dat veel zorgorganisaties zichzelf gevangenhouden. Heel vaak hebben bestuurders vooral last van hun interne organisatie.” Dat vraagt volgens Gerjanne om zelfreflectie. “De vraag is: wat hebben jouw medewerkers van jou nodig om anders naar een situatie te gaan kijken? Ik geloof dat mensen doen wat je doet, niet wat je zegt. En ze doen nog veel minder met wat je opschrijft. Ik vraag tegenwoordig dus vaak aan collega-bestuurders: ‘Wat ga jíj morgen anders doen?’”

“

Het gaat fout als we die systemen leidend maken, in plaats van zelf ons gezonde verstand te gebruiken.

Gerjanne Kleen

bestuurder JP van den Bent Stichting

Gerjanne Kleen: “We geven graag de systeemwereld de schuld, maar vaak houden we onszelf gevangen”

Ruimte voor rebellen

in de zorg

Gerjanne Kleen:

Gerjanne Kleen

Door het uitblijven van systemische verandering in de zorg kiezen sommige zorgprofessionals voor verzet van binnenuit. Heel zichtbaar zijn bijvoorbeeld Teun Toebes en Michelle van Tongerloo. Zij rebelleren tegen regeldruk door de protocollen opzij te schuiven en geitenpaadjes te kiezen. Wat is daarbij de rol van de zorgbestuurder? In een serie van vier artikelen diepen we samen met een aantal experts uit ons netwerk dit thema uit. Tweede in de reeks is Gerjanne Kleen, bestuurder van de JP van den Bent Stichting.

Deel 1 Marcel Melenhorst, bestuurder AAG

Deel 2 Gerjanne Kleen, bestuurder JP van den Bent Stichting

Deel 3 Henk van der Stelt, toezichthouder in (onder andere) de zorg

Deel 4 Henk den Uijl, bijzonder hoogleraar Filosofie van bestuur en beleid

Door Gerjanne Kleen

Gerjanne Kleen begon 33 jaar geleden bij de ‘JP’, zoals medewerkers en cliënten de JP van den Bent Stichting kortweg noemen. Als begeleider in een kortverblijfhuis kwam haar agogische achtergrond goed van pas; in crisissituaties lukte het haar steeds om écht naar de persoon tegenover haar te kijken, en te bepalen: wat heeft diegene nou nodig? “Als je heel dicht bij die vraag blijft, weet je ook wat je organisatie nodig heeft”, vertelt ze. “Daarom is die vraag nu ik bestuurder ben nog steeds mijn uitgangspunt: wat hebben mensen nodig? Of dat nu medewerkers zijn, cliënten of de samenleving als geheel.”

Achter je beslissing staan

Die rugdekking betekent volgens Gerjanne ook accepteren dat een gekozen geitenpaadje soms niet goed uitpakt: “Ook dan moet je achter je beslissing blijven staan: ‘het is niet gelukt, maar we hebben het toch maar mooi geprobeerd’. Daarom denk ik niet graag in termen van goed of fout. Je kunt vinden dat iets verschrikkelijk is mislukt, of dat je er enorm van hebt geleerd. Ik kies liever voor het laatste.”

Niet standaard

Gerjanne werkte al jaren bij de JP voor ze doorkreeg dat die manier van kijken niet de standaard was. Gerjanne: “Organisaties hebben heel erg de neiging om alles in structuren en systemen te stoppen. Maar in de omgang met mensen in crisissituaties is dat bijna onmogelijk – en vaak ook onwenselijk. Zonder dat we ons ervan bewust waren, namen we dus de hele dag geitenpaadjes om onze cliënten zo goed mogelijk te ondersteunen. Wij zagen dat niet als geitenpaadjes; we deden gewoon wat nodig was. Die houding zit verankerd in de geschiedenis van de JP.”

Systeemdenken in de sector

Deze houding nam Gerjanne mee in haar volgende rol als regiomanager voor de JP in Friesland. In die functie liep ze regelmatig aan tegen het systeemdenken in de sector. “Een mooi voorbeeld uit de praktijk: na de decentralisatie in 2015 wilden gemeenten ons kwaliteitshandboek ontvangen”, vertelt ze. “We hadden in de jaren daarvoor een grote slag gemaakt in onze kwaliteit. Alle richtlijnen en dergelijke hadden we digitaal gemaakt, omdat we juist géén papieren handboek meer wilden hebben. Ik heb toen gewoon al die richtlijnen en protocollen van onze digitale omgeving gehaald, uitgeprint en opgestuurd. Toen hadden we het vinkje en mochten we door met de aanbesteding.”

“

Het gaat fout als we die systemen leidend maken, in plaats van zelf ons gezonde verstand te gebruiken.

Gerjanne Kleen

bestuurder JP van den Bent Stichting

Rugdekking van de bestuurder

Na dit voorval belde Gerjanne toch maar even met de toenmalige bestuurder van de JP, om uit te leggen welk geitenpaadje ze met het kwaliteitshandboek had genomen. Kleen: “Hij moest alleen maar heel hard lachen. Die reactie was enorm belangrijk voor me. Als je als medewerker op zo’n moment het idee krijgt: mijn bestuurder wordt nerveus of ik word op de vingers getikt, dan doe je het niet nog eens. Maar mijn bestuurder realiseerde zich heel goed dat de échte kwaliteit van de zorg zit in de relatie tussen de professional en de cliënt. Zo’n bestuurder wil ik ook zijn. Tegenwoordig wordt dat bestuurlijke moed genoemd, maar voor mij is dat heel vanzelfsprekend.”

Gerjanne Kleen

De bedoeling voorop

Bestuurlijke ruimte ervaren is in Gerjanne ‘s visie nadrukkelijk iets anders dan de regels aan je laars lappen. Als voorbeeld noemt ze de Wet zorg en dwang. De bedoeling daarvan staat voor haar niet ter discussie. Het uitgangspunt is dat zorg zonder dwang of drang moet plaatsvinden. En toch zijn er situaties waar dwang of drang moet worden toegepast. Bij de JP is daarom besloten het bijbehorende stappenplan onderdeel te laten zijn van het ondersteuningsplan en het gesprek over onvrijwillige zorg onverdeeld te blijven voeren. Gerjanne: “Mensen uit de praktijk hebben daar goed naar gekeken en zijn tot de conclusie gekomen: zo gaan we het doen.” Vooraf toestemming vragen aan de inspectie doet ze niet. “Die ga ik niet bellen met de vraag: mogen wij dit zo doen? De IGJ hanteert het principe ‘pas toe of leg uit’. In veel situaties hanteren wij dus het principe van uitleggen. Dat vinden mensen vaak ingewikkelder dan strikt de regels volgen, maar die ruimte is er; die gebruiken we dus.”

Gezond verstand gebruiken

Voor Gerjanne gaat het er vooral om dat regels niet belangrijker worden dan de bedoeling erachter. “Ik geloof echt dat wetten, regels en protocollen bedacht zijn om mensen te helpen en beschermen. Het gaat fout als we die systemen leidend maken, in plaats van ons gezonde verstand te gebruiken. Als we in de zorg een probleem signaleren, zijn we snel geneigd om naar de systeemwereld te wijzen: de NZa, de zorgkantoren, noem maar op. Ik snap die reflex. Daar kun je tegenaan schoppen en dan hoef je intern nog steeds niks. Maar ik denk dat veel zorgorganisaties zichzelf gevangenhouden. Heel vaak hebben bestuurders vooral last van hun interne organisatie.” Dat vraagt volgens Gerjanne om zelfreflectie. “De vraag is: wat hebben jouw medewerkers van jou nodig om anders naar een situatie te gaan kijken? Ik geloof dat mensen doen wat je doet, niet wat je zegt. En ze doen nog veel minder met wat je opschrijft. Ik vraag tegenwoordig dus vaak aan collega-bestuurders: ‘Wat ga jíj morgen anders doen?’”