Naar inhoudsopgave
De bestuurder die zichzelf steeds opnieuw ter discussie stelt
Janneke Pander over fatsoen, samenredzaamheid en de slappe lach
Interview: Janneke Pander
Janneke Pander
Hoe voorkom je dat systemen belangrijker worden dan mensen? Die vraag loopt als een rode draad door de loopbaan van Janneke Pander. Na een carrière die begon als hbo-verpleegkundige, is ze inmiddels tien jaar bestuurder en sinds een jaar lid van de Raad van Advies van AAG. Nog altijd probeert ze bij keuzes terug te gaan naar de mensen om wie het gaat. Daar hoort voor haar een gezonde dosis twijfel bij: ook als bestuurder moet je bereid zijn je eigen ideeën en vanzelfsprekendheden steeds opnieuw ter discussie te stellen.
Janneke Pander
Het begon aan een ziekenhuisbed
Voor Janneke begint dat besef niet in de bestuurskamer, maar aan een ziekenhuisbed. Ze herinnert zich een patiënt die vlak voor een operatie een foto van haar honden of katten naast zich had staan. Voor de zorgprofessional misschien een detail, maar voor die mevrouw een wereld van betekenis. Janneke: “Daar leerde ik wat zorg eigenlijk is. Je kunt je werk of functie belangrijk maken, maar uiteindelijk gaat het om de mens die zich aan jouw zorg moet overgeven.”
De wensen van mensen
Dat perspectief neemt ze mee in haar bestuurderschap bij Annenborch. “Onze strategie is de wensen van mensen”, vertelt ze. Dat vertaalt zich volgens haar in heel concrete keuzes. Bij de inrichting van een restaurant bepalen bewoners of een stoel prettig zit, of een tas makkelijk kan worden weggezet en of een rolstoel goed onder de tafel past. In proefpanels beoordelen cliënten nieuwe gerechten voordat ze op het menu verschijnen. “Het gaat niet om mijn ideeën”, zegt Janneke. “Het gaat om het gebruikersperspectief van degene voor wie het bedoeld is.” Hetzelfde geldt voor medewerkers. Op Annenborch verdwenen de bordjes ‘kantoren’ en gingen klapdeuren open, want ze wil zoveel mogelijk onderscheid tussen functiegroepen wegnemen.
“
Onze strategie is de wensen van mensen."
Janneke Pander
bestuurder Annenborch
Blijven onderzoeken
Dat vraagt ook iets van haarzelf. Janneke vindt het belangrijk om ook als bestuurder haar eigen keuzes en de argumenten daarachter te blijven onderzoeken: “Waarom doe ik dit? In wiens belang? Heb ik het over organisatiebelang terwijl het eigenlijk om de oudere mens gaat?” Geldgebrek, regelgeving of werkdruk zijn voor haar geen redenen om die vraag niet meer te stellen. Steeds opnieuw wil ze toetsen of besluiten nog bijdragen aan de mensen om wie het gaat. Daar is volgens haar bestuurlijke moed voor nodig.
Waar ons fatsoen begint
Dat ze zichzelf voortdurend een spiegel voorhoudt, hangt ook samen met haar kijk op de positie die een zorgorganisatie inneemt in het leven van mensen. Ze ziet bewoners niet primair als cliënten, maar als mensen met een eigen leven en geschiedenis. “Dit zijn mensen die al volwassen waren voordat ze ons leerden kennen”, legt ze uit. “Zorgverleners krijgen op enig moment een rol in een leven dat daarvoor al tientallen jaren bestond. We zijn niet uitgenodigd in hun leven. Mensen werden afhankelijk van ons. Daar begint ons fatsoen.” Ook haar eerdere ervaringen in de psychiatrie spelen daarin mee. Ze kijkt kritisch terug op hoe instellingen soms omgingen met mensen die afweken van de norm. Die ervaringen werken nog altijd door in haar kijk op macht, afhankelijkheid en menselijke waardigheid.
“
De buurt moet opdrachtgever zijn, niet de zorgorganisatie."
Van zorgorganisatie naar gemeenschap
Vanuit die gedachte kijkt ze ook naar de beweging die de ouderenzorg maakt: van zorg organiseren binnen de muren van een instelling naar samenleven en zorgen in de gemeenschap. Ze spreekt dan ook liever over inwoners van Rosmalen dan over cliënten van Annenborch. “Mensen waren al tachtig, negentig of honderd jaar inwoner van Rosmalen voordat ze ons leerden kennen”, stelt ze vast. Daarom wil ze dat Annenborch steeds meer onderdeel wordt van de buurt: een plek waar bewoners terechtkunnen, waar zorgprofessionals kunnen helpen bij een reanimatie in de wijk, waar de AED beschikbaar is en waar verbinding ontstaat tussen bewoners en omgeving.
Bij rechten horen plichten
Een concreet voorbeeld is het idee van een gemeenschapstuin, ontwikkeld vanuit de buurt zelf. Janneke ziet Annenborch daarbij niet als opdrachtgever. “De buurt moet beschrijven hoe zij het wil hebben. Wij hoeven niet alles te bedenken.” Dat raakt aan een bredere ontwikkeling waarover ze zich zorgen maakt: de individualisering van de samenleving. “We hebben maatschappelijke ondersteuning geïndividualiseerd. We hebben rechten georganiseerd. Maar waar hebben we dat met plichten gedaan?” Volgens haar is er juist weer behoefte aan gemeenschap, sociale cohesie en collectiviteit. Voor zorgorganisaties betekent dat dat niet alles om individuele indicaties en zorgpakketten kan draaien. De vraag is volgens haar steeds meer hoe je samenredzaamheid organiseert.
Ruimte voor geitenpaadjes
Diezelfde houding bepaalt hoeveel ruimte medewerkers binnen Annenborch krijgen om buiten de gebaande paden naar oplossingen te zoeken. Volgens Janneke zit er een risico in de dagelijkse routine, waarin medewerkers soms weinig ruimte ervaren, en durven te nemen, om anders te denken. Daarom probeert ze mensen rugdekking te geven wanneer ze nieuwe oplossingen verkennen. Ze spreekt met bewondering over mensen die zulke geitenpaadjes nemen. “Die krijgen van mij applaus”, zegt ze stellig.
Transitie betekent ook afscheid nemen
Veranderen betekent volgens Janneke ook dat mensen afscheid moeten nemen. Medewerkers moeten routines loslaten, bewoners soms zekerheden en organisaties gewoonten en tradities. Ook daar moet je volgens haar oog voor hebben. Annenborch koos daarom eerder voor het jaarthema ‘Waardig Afscheid’. Dat ging niet alleen over afscheid van het leven, maar ook over afscheid van werkwijzen, routines en gewoonten. En het verlies dat je daarbij kan voelen.
“
We zijn niet uitgenodigd in hun leven. Mensen werden afhankelijk van ons. Daar begint ons fatsoen."
Waar doet ze het voor?
Ondanks alle bestuurlijke dilemma’s hoeft ze niet lang na te denken over wat haar energie geeft. “Heb jij wel eens oude mensen met een slappe lach gezien? Dat is echt het mooiste wat er is.” Ze vertelt over bewoners die samen oude filmbeelden uit Rosmalen bekijken en hoe herinneringen dan weer tot leven komen. Aan het einde van het gesprek haalt Janneke een uitspraak van koning Willem-Alexander aan die goed past bij de manier waarop ze naar haar eigen rol kijkt: “Neem je rol en verantwoordelijkheid heel serieus, maar jezelf niet.”
Vorige artikel
Volgende artikel
Naar inhoudsopgave
Janneke Pander
Johan van Houwelingen
Johan van Houwelingen
Janneke Pander over fatsoen, samenredzaamheid en de slappe lach
Waar doet ze het voor?
Ondanks alle bestuurlijke dilemma’s hoeft ze niet lang na te denken over wat haar energie geeft. “Heb jij wel eens oude mensen met een slappe lach gezien? Dat is echt het mooiste wat er is.” Ze vertelt over bewoners die samen oude filmbeelden uit Rosmalen bekijken en hoe herinneringen dan weer tot leven komen. Aan het einde van het gesprek haalt Janneke een uitspraak van koning Willem-Alexander aan die goed past bij de manier waarop ze naar haar eigen rol kijkt: “Neem je rol en verantwoordelijk-heid heel serieus, maar jezelf niet.”
Janneke Pander
“
We zijn niet uitgenodigd in hun leven. Mensen werden afhankelijk van ons. Daar begint ons fatsoen."
Transitie betekent ook afscheid nemen
Veranderen betekent volgens Janneke ook dat mensen afscheid moeten nemen. Medewerkers moeten routines loslaten, bewoners soms zekerheden en organisaties gewoonten en tradities. Ook daar moet je volgens haar oog voor hebben. Annenborch koos daarom eerder voor het jaarthema ‘Waardig Afscheid’. Dat ging niet alleen over afscheid van het leven, maar ook over afscheid van werkwijzen, routines en gewoonten. En het verlies dat je daarbij kan voelen.
Ruimte voor geitenpaadjes
Diezelfde houding bepaalt hoeveel ruimte medewerkers binnen Annenborch krijgen om buiten de gebaande paden naar oplossingen te zoeken. Volgens Janneke zit er een risico in de dagelijkse routine, waarin medewerkers soms weinig ruimte ervaren, en durven te nemen, om anders te denken. Daarom probeert ze mensen rugdekking te geven wanneer ze nieuwe oplossingen verkennen. Ze spreekt met bewondering over mensen die zulke geitenpaadjes nemen. “Die krijgen van mij applaus”, zegt ze stellig.
Bij rechten horen plichten
Een concreet voorbeeld is het idee van een gemeenschapstuin, ontwikkeld vanuit de buurt zelf. Janneke ziet Annenborch daarbij niet als opdrachtgever. “De buurt moet beschrijven hoe zij het wil hebben. Wij hoeven niet alles te bedenken.” Dat raakt aan een bredere ontwikkeling waarover ze zich zorgen maakt: de individualisering van de samenleving. “We hebben maatschappelijke ondersteuning geïndividualiseerd. We hebben rechten georganiseerd. Maar waar hebben we dat met plichten gedaan?” Volgens haar is er juist weer behoefte aan gemeenschap, sociale cohesie en collectiviteit. Voor zorgorganisaties betekent dat dat niet alles om individuele indicaties en zorgpakketten kan draaien. De vraag is volgens haar steeds meer hoe je samenredzaamheid organiseert.
De bestuurder die zichzelf steeds opnieuw ter discussie stelt
Interview: Janneke Pander
Hoe voorkom je dat systemen belangrijker worden dan mensen? Die vraag loopt als een rode draad door de loopbaan van Janneke Pander. Na een carrière die begon als hbo-verpleegkundige, is ze inmiddels tien jaar bestuurder en sinds een jaar lid van de Raad van Advies van AAG. Nog altijd probeert ze bij keuzes terug te gaan naar de mensen om wie het gaat. Daar hoort voor haar een gezonde dosis twijfel bij: ook als bestuurder moet je bereid zijn je eigen ideeën en vanzelfsprekendheden steeds opnieuw ter discussie te stellen.
Het begon aan een ziekenhuisbed
Voor Janneke begint dat besef niet in de bestuurskamer, maar aan een ziekenhuisbed. Ze herinnert zich een patiënt die vlak voor een operatie een foto van haar honden of katten naast zich had staan. Voor de zorgprofessional misschien een detail, maar voor die mevrouw een wereld van betekenis. Janneke: “Daar leerde ik wat zorg eigenlijk is. Je kunt je werk of functie belangrijk maken, maar uiteindelijk gaat het om de mens die zich aan jouw zorg moet overgeven.”
De wensen van mensen
Dat perspectief neemt ze mee in haar bestuurderschap bij Annenborch. “Onze strategie is de wensen van mensen”, vertelt ze. Dat vertaalt zich volgens haar in heel concrete keuzes. Bij de inrichting van een restaurant bepalen bewoners of een stoel prettig zit, of een tas makkelijk kan worden weggezet en of een rolstoel goed onder de tafel past. In proefpanels beoordelen cliënten nieuwe gerechten voordat ze op het menu verschijnen. “Het gaat niet om mijn ideeën”, zegt Janneke. “Het gaat om het gebruikersperspectief van degene voor wie het bedoeld is.” Hetzelfde geldt voor medewerkers. Op Annenborch verdwenen de bordjes ‘kantoren’ en gingen klapdeuren open, want ze wil zoveel mogelijk onderscheid tussen functiegroepen wegnemen.
“
Onze strategie is de wensen van mensen."
Janneke Pander
bestuurder Annenborch
Blijven onderzoeken
Dat vraagt ook iets van haarzelf. Janneke vindt het belangrijk om ook als bestuurder haar eigen keuzes en de argumenten daarachter te blijven onderzoeken: “Waarom doe ik dit? In wiens belang? Heb ik het over organisatiebelang terwijl het eigenlijk om de oudere mens gaat?” Geldgebrek, regelgeving of werkdruk zijn voor haar geen redenen om die vraag niet meer te stellen. Steeds opnieuw wil ze toetsen of besluiten nog bijdragen aan de mensen om wie het gaat. Daar is volgens haar bestuurlijke moed voor nodig.
“
De buurt moet opdrachtgever zijn, niet de zorgorganisatie."
Waar ons fatsoen begint
Dat ze zichzelf voortdurend een spiegel voorhoudt, hangt ook samen met haar kijk op de positie die een zorgorganisatie inneemt in het leven van mensen. Ze ziet bewoners niet primair als cliënten, maar als mensen met een eigen leven en geschiedenis. “Dit zijn mensen die al volwassen waren voordat ze ons leerden kennen”, legt ze uit. “Zorgverleners krijgen op enig moment een rol in een leven dat daarvoor al tientallen jaren bestond. We zijn niet uitgenodigd in hun leven. Mensen werden afhankelijk van ons. Daar begint ons fatsoen.” Ook haar eerdere ervaringen in de psychiatrie spelen daarin mee. Ze kijkt kritisch terug op hoe instellingen soms omgingen met mensen die afweken van de norm. Die ervaringen werken nog altijd door in haar kijk op macht, afhankelijkheid en menselijke waardigheid.
Van zorgorganisatie naar gemeenschap
Vanuit die gedachte kijkt ze ook naar de beweging die de ouderenzorg maakt: van zorg organiseren binnen de muren van een instelling naar samenleven en zorgen in de gemeenschap. Ze spreekt dan ook liever over inwoners van Rosmalen dan over cliënten van Annenborch. “Mensen waren al tachtig, negentig of honderd jaar inwoner van Rosmalen voordat ze ons leerden kennen”, stelt ze vast. Daarom wil ze dat Annenborch steeds meer onderdeel wordt van de buurt: een plek waar bewoners terechtkunnen, waar zorgprofessionals kunnen helpen bij een reanimatie in de wijk, waar de AED beschikbaar is en waar verbinding ontstaat tussen bewoners en omgeving.
Vorig artikel
Volgende artikel