Een werkbezoek aan Marokko houdt zorgbestuurders een spiegel voor: wat gebeurt er als systemen alles overnemen, en wat vraagt het om weer te kiezen voor nabijheid, verantwoordelijkheid en het delen van zorg?

We hebben alles geregeld – maar zijn we nog bereid te delen?

Innovatie & inspiratie

bron: Coincide

Wie kijkt naar wonen, zorg en werk in Nederland en Marokko, ziet twee heel verschillende werelden én dezelfde kernvraag: wat zijn we bereid met elkaar te delen – aan tijd, aandacht, verantwoordelijkheid en macht? Op werkbezoek in Marokko verkende AAG-bestuurder Johan van Houwelingen met andere bestuurders van Coincide wat we van dat land kunnen leren.

Delen wat er wél is

Een manier om dat te ondervangen, zag ik bij de Vereniging voor Solidariteit en Humanitair Werk in Tanger. Die organiseert opvang en ondersteuning voor ouderen, jongeren en mensen zonder vaste woonplek door alles wat wél beschikbaar is te bundelen. Vrijwilligers, kleine subsidies, giften van bedrijven en weldoeners: iedereen draagt iets bij. Niet omdat er zoveel is, maar omdat men bereid is te delen wat er wél is.

Nederland: een fijnmazig systeem

In Nederland hebben we in decennia een fijnmazig systeem gebouwd: vrijwel elke situatie kent een regeling, indicatie of loket. Dat heeft ongekend veel betekend voor toegankelijkheid, kwaliteit en veiligheid. Tegelijk ontstaat een leegte in de ruimte daartussen: in het informele omzien naar elkaar en de gedeelde verantwoordelijkheid van burgers, professionals en overheid. Mensen ervaren daardoor weinig continuïteit in relatie en regie. Het systeem beweegt door, en van mensen wordt verwacht dat zij volgen.

Niet omdat er zoveel is, maar omdat men bereid is te delen wat er wél is.”

Johan van Houwelingen bestuurder

Marokko: familie als vangnet

In Marokko is de situatie omgekeerd. Veel minder is formeel geregeld, zeker op het terrein van langdurige zorg en sociale zekerheid. Historisch is familie hét vangnet. Dat betekent dat delen – van zorg, ruimte, inkomen – diep in het sociale weefsel zit. Maar dat weefsel verandert snel. Gezinnen worden kleiner, mensen trekken naar de stad, vrouwen werken meer. De vanzelfsprekendheid van informele zorg staat daardoor onder druk, precies op het moment dat de levensverwachting stijgt en de vraag toeneemt. Ook daar lopen systeem en realiteit dus niet meer in de pas.

bron: Coincide
bron: Coincide
bron: Coincide

De bestuurlijke reflex

Zo’n kleinschalige, losse benadering staat haaks op de bestuurlijke reflex in Nederland. Die is vaak: als iets werkt, dan moeten we het groter, professioneler en structureler maken. De onderliggende aanname: kwaliteit komt uit schaal en uitgebalanceerde structuren. Maar bij relationele zorg en nabij werkgeverschap blijkt dat vaak niet te kloppen. Juist kleinschaligheid, vaste gezichten en tijd om echt te luisteren maken het verschil – bij jongeren, bij ouderen en bij medewerkers.

Niet alles in formats willen vangen

Het Time Out‑project van Multi Plus Zorg dat ik in Marokko leerde kennen, is een ander voorbeeld. Jongeren voor wie in Nederland ‘geen passende plek’ meer is, krijgen in een kleine setting in Marokko één vaste begeleider, rust, structuur en afstand tot hun oude netwerk. Er is geen indrukwekkend gebouw en geen dik protocol. De doorbraak zit in wat mensen bereid zijn te delen: aandacht, geduld, duidelijkheid, uithoudingsvermogen. Dat kun je niet inkopen per product; je kunt het alleen mogelijk maken door niet alles in formats te willen vangen.

Goed werkgeverschap

Iets vergelijkbaars gebeurt in organisaties die hun medewerkers echt centraal zetten. Het Nederlandse bedrijf Klaas Puul is een grote werkgever in Tanger. Zij laten zien dat goed werkgeverschap niet begint bij loonstrookjes, maar bij de vraag: wat hebben onze mensen en hun families nodig om goed te kunnen leven en werken? Ze bieden een goed loon en zorg voor hun medewerkers. Door te luisteren, praktische problemen mee op te lossen en één herkenbaar loket te bieden, ontstaat een cultuur waarin mensen zich gezien voelen en bereid zijn zelf ook meer te geven.

De grenzen van ons zorgsysteem

Die bereidheid om te delen stuit in Nederland vaak op de hokjes en grenzen van het zorgsysteem. Veel grenzen in het Nederlandse en Europese zorglandschap zijn niet ontstaan uit inhoudelijk debat, maar uit historische en juridische keuzes: Wlz binnen de landsgrens, jeugdzorg apart van volwassenenzorg, financiering per domein. In de praktijk is delen over die grenzen heen vaak lastig. Een gemeente kan niet zomaar bijdragen aan iets ‘wat bij een ander domein hoort’; een zorgverzekeraar kan niet eenvoudig investeren in een sociaal initiatief dat formeel buiten de zorg valt.

bron: Coincide

Foto: Johan van Houwelingen

Marokkaanse Nederlanders: delen over grenzen heen

In de transnationale werkelijkheid van Marokkaanse Nederlanders worden die grenzen extra zichtbaar. Families zijn wél bereid om tijd, geld en zorg te delen over grenzen heen, maar systemen laten dat niet toe. Ik leerde het initiatief Nez‑care kennen, dat precies in die tussenruimte is ontstaan. Via Nez-care organiseren kinderen in Europa zorg in Marokko voor hun ouders, omdat die daar beter tot hun recht komen. De vraag is of onze systemen bereid zijn hun middelen, kennis en regelruimte te delen om die zorg veilig en structureel te maken.

Kwetsbaarheid wordt zichtbaar

In Marokko dwingt schaarste mensen om te delen. In Nederland hebben we lang de luxe gehad dat we álles konden organiseren. Dat heeft geleid tot een verregaande institutionalisering, óók in ons denken over zorg en samenleven. Voor alles een loket, maar niemand die ziet waar de buurman mee worstelt. Voor alles een indicatie, maar oma vereenzaamt omdat niemand tijd heeft voor een bezoekje. Die kwetsbaarheid wordt nu pijnlijk zichtbaar door toenemende personeelstekorten, vergrijzing en druk op publieke middelen.

Lef en scherpe keuzes

We moeten onszelf nu de vraag stellen die in Marokko al generaties vanzelfsprekend is: wat zijn we bereid om te delen – tussen mensen, tussen generaties, tussen landen en tussen systemen? Het antwoord vraagt lef en scherpe keuzes van zorgbestuurders. Zijn we bereid een groter deel van onze regelzekerheid in te ruilen voor experimenteerruimte? Willen we macht en middelen delen met kleine lokale initiatieven, kerken, moskeeën, verenigingen en ervaringsdeskundigen, in plaats van alles in eigen huis te willen houden. Kiezen we voor meer individuele welvaart en daarmee voor minder tijd om voor elkaar te zorgen? Besteden we zorg steeds vaker uit en verliezen we daarmee iets van ons sociale weefsel? Individuele welvaart lijkt voor velen belangrijker dan omzien naar elkaar en dat zorgt voor een sociaal economische tweedeling.

Opgave voor de samenleving

Dit is niet alleen een opgave voor zorgorganisaties, maar voor ons allemaal. De onderliggende vraag is namelijk: zijn we als samenleving bereid tijd, inkomen, eigen welvaart anders te verdelen, zodat er meer ruimte ontstaat voor informele zorg en nabijheid? Want alleen dan ontstaat sociale cohesie. Krijgt zorg betekenis. En wordt zichtbaar dat welvaart alleen houdbaar is als zij niet alles wat menselijk is opslokt. Pas als we die bereidheid samen expliciet maken, kan het systeem weer in dienst van de mens gaan bewegen, in plaats van andersom.

Een werkbezoek aan Marokko houdt zorgbestuurders een spiegel voor: wat gebeurt er als systemen alles overnemen, en wat vraagt het om weer te kiezen voor nabijheid, verantwoordelijkheid en het delen van zorg?

We hebben alles geregeld – maar zijn we nog bereid te delen?

Innovatie & inspiratie

Delen wat er wél is

Een manier om dat te ondervangen, zag ik bij de Vereniging voor Solidariteit en Humanitair Werk in Tanger. Die organiseert opvang en ondersteuning voor ouderen, jongeren en mensen zonder vaste woonplek door alles wat wél beschikbaar is te bundelen. Vrijwilligers, kleine subsidies, giften van bedrijven en weldoeners: iedereen draagt iets bij. Niet omdat er zoveel is, maar omdat men bereid is te delen wat er wél is.

Marokko: familie als vangnet

In Marokko is de situatie omgekeerd. Veel minder is formeel geregeld, zeker op het terrein van langdurige zorg en sociale zekerheid. Historisch is familie hét vangnet. Dat betekent dat delen – van zorg, ruimte, inkomen – diep in het sociale weefsel zit. Maar dat weefsel verandert snel. Gezinnen worden kleiner, mensen trekken naar de stad, vrouwen werken meer. De vanzelfsprekendheid van informele zorg staat daardoor onder druk, precies op het moment dat de levensverwachting stijgt en de vraag toeneemt. Ook daar lopen systeem en realiteit dus niet meer in de pas.

Nederland: een fijnmazig systeem

Steeds meer ouderenzorgorganisaties vragen of ik wil (we willen) meedenken over hun zorg- en vastgoedstrategie voor de komende jaren. Dat is niet zo gek: door extramuralisatie ziet de ouderenzorg er radicaal anders uit dan een paar jaar geleden. De toegang tot de intramurale zorg is steeds verder ingedamd. De zorg wordt vaker thuis verleend, of in woonzorgcomplexen die door private equity zijn ontwikkeld. Daar bekostigen ouderen via VPT of MPT hun eigen plek. Voor veel 75-plussers, met hun AOW, pensioen en vermogen, is dat geen probleem. Intramurale ouderenzorg blijft straks over als vangnet voor de allerzwaksten en voor mensen die de zwaarste zorg nodig hebben.

bron: Coincide
bron: Coincide

Foto: Johan van Houwelingen

Niet omdat er zoveel is, maar omdat men bereid is te delen wat er wél is.”

Johan van Houwelingen bestuurder

bron: Coincide
bron: Coincide

Niet alles in formats willen vangen

Het Time Out‑project van Multi Plus Zorg dat ik in Marokko leerde kennen, is een ander voorbeeld. Jongeren voor wie in Nederland ‘geen passende plek’ meer is, krijgen in een kleine setting in Marokko één vaste begeleider, rust, structuur en afstand tot hun oude netwerk. Er is geen indrukwekkend gebouw en geen dik protocol. De doorbraak zit in wat mensen bereid zijn te delen: aandacht, geduld, duidelijkheid, uithoudingsvermogen. Dat kun je niet inkopen per product; je kunt het alleen mogelijk maken door niet alles in formats te willen vangen.

Goed werkgeverschap

Iets vergelijkbaars gebeurt in organisaties die hun medewerkers echt centraal zetten. Het Nederlandse bedrijf Klaas Puul is een grote werkgever in Tanger. Zij laten zien dat goed werkgeverschap niet begint bij loonstrookjes, maar bij de vraag: wat hebben onze mensen en hun families nodig om goed te kunnen leven en werken? Ze bieden een goed loon en zorg voor hun medewerkers. Door te luisteren, praktische problemen mee op te lossen en één herkenbaar loket te bieden, ontstaat een cultuur waarin mensen zich gezien voelen en bereid zijn zelf ook meer te geven.

Wie kijkt naar wonen, zorg en werk in Nederland en Marokko, ziet twee heel verschillende werelden én dezelfde kernvraag: wat zijn we bereid met elkaar te delen – aan tijd, aandacht, verantwoordelijkheid en macht? Op werkbezoek in Marokko verkende AAG-bestuurder Johan van Houwelingen met andere bestuurders van Coincide wat we van dat land kunnen leren.

De bestuurlijke reflex

Zo’n kleinschalige, losse benadering staat haaks op de bestuurlijke reflex in Nederland. Die is vaak: als iets werkt, dan moeten we het groter, professioneler en structureler maken. De onderliggende aanname: kwaliteit komt uit schaal en uitgebalanceerde structuren. Maar bij relationele zorg en nabij werkgeverschap blijkt dat vaak niet te kloppen. Juist kleinschaligheid, vaste gezichten en tijd om echt te luisteren maken het verschil – bij jongeren, bij ouderen en bij medewerkers.

De grenzen van ons zorgsysteem

Die bereidheid om te delen stuit in Nederland vaak op de hokjes en grenzen van het zorgsysteem. Veel grenzen in het Nederlandse en Europese zorglandschap zijn niet ontstaan uit inhoudelijk debat, maar uit historische en juridische keuzes: Wlz binnen de landsgrens, jeugdzorg apart van volwassenenzorg, financiering per domein. In de praktijk is delen over die grenzen heen vaak lastig. Een gemeente kan niet zomaar bijdragen aan iets ‘wat bij een ander domein hoort’; een zorgverzekeraar kan niet eenvoudig investeren in een sociaal initiatief dat formeel buiten de zorg valt.

Marokkaanse Nederlanders: delen over grenzen heen

In de transnationale werkelijkheid van Marokkaanse Nederlanders worden die grenzen extra zichtbaar. Families zijn wél bereid om tijd, geld en zorg te delen over grenzen heen, maar systemen laten dat niet toe. Ik leerde het initiatief Nez‑care kennen, dat precies in die tussenruimte is ontstaan. Via Nez-care organiseren kinderen in Europa zorg in Marokko voor hun ouders, omdat die daar beter tot hun recht komen. De vraag is of onze systemen bereid zijn hun middelen, kennis en regelruimte te delen om die zorg veilig en structureel te maken.

Kwetsbaarheid wordt zichtbaar

In Marokko dwingt schaarste mensen om te delen. In Nederland hebben we lang de luxe gehad dat we álles konden organiseren. Dat heeft geleid tot een verregaande institutionalisering, óók in ons denken over zorg en samenleven. Voor alles een loket, maar niemand die ziet waar de buurman mee worstelt. Voor alles een indicatie, maar oma vereenzaamt omdat niemand tijd heeft voor een bezoekje. Die kwetsbaarheid wordt nu pijnlijk zichtbaar door toenemende personeelstekorten, vergrijzing en druk op publieke middelen.

Lef en scherpe keuzes

We moeten onszelf nu de vraag stellen die in Marokko al generaties vanzelfsprekend is: wat zijn we bereid om te delen – tussen mensen, tussen generaties, tussen landen en tussen systemen? Het antwoord vraagt lef en scherpe keuzes van zorgbestuurders. Zijn we bereid een groter deel van onze regelzekerheid in te ruilen voor experimenteerruimte? Willen we macht en middelen delen met kleine lokale initiatieven, kerken, moskeeën, verenigingen en ervaringsdeskundigen, in plaats van alles in eigen huis te willen houden. Kiezen we voor meer individuele welvaart en daarmee voor minder tijd om voor elkaar te zorgen? Besteden we zorg steeds vaker uit en verliezen we daarmee iets van ons sociale weefsel? Individuele welvaart lijkt voor velen belangrijker dan omzien naar elkaar en dat zorgt voor een sociaal economische tweedeling.

Opgave voor de samenleving

Dit is niet alleen een opgave voor zorgorganisaties, maar voor ons allemaal. De onderliggende vraag is namelijk: zijn we als samenleving bereid tijd, inkomen, eigen welvaart anders te verdelen, zodat er meer ruimte ontstaat voor informele zorg en nabijheid? Want alleen dan ontstaat sociale cohesie. Krijgt zorg betekenis. En wordt zichtbaar dat welvaart alleen houdbaar is als zij niet alles wat menselijk is opslokt. Pas als we die bereidheid samen expliciet maken, kan het systeem weer in dienst van de mens gaan bewegen, in plaats van andersom.